Hypertensieve crisis

Door op 08-06-2016
  • 00Inleiding
  • 01Pathofysiologie
  • 02Klinische presentatie
  • 03Diagnostiek
  • 04Behandeling hypertensieve urgentie
  • 05Behandeling hypertensief noodgeval
  • 06Hypertensieve encefalopathie en retinopathie
  • 07Trombotische microangiopathie en acute nierinsufficiëntie
  • 08Reacties (0)

Samenvatting

Een hypertensieve crisis kan worden onderverdeeld in hypertensieve noodgevallen (emergency) en in hypertensieve urgenties (urgency), afhankelijk van respectievelijk aan- of afwezigheid van acute eindorgaanschade. In de meeste gevallen is dit het gevolg van niet eerder onderkende of onvoldoende behandelde primaire hypertensie. De klinische presentatie en symptomen zijn afhankelijk van de aanwezigheid en mate van eindorgaanschade en kunnen sterk variëren. Secundaire oorzaken komen vaker voor bij patiënten met hypertensieve crisis dan bij patiënten met reguliere (chronische) hypertensie, met name primaire nierziekten en renovasculaire aandoeningen. Hypertensieve crisis met retinopathie (maligne hypertensie) wordt frequent gecompliceerd door acute nierinsufficiëntie en trombotische microangiopathie. Een vicieuze cirkel bestaande uit ischemische nierschade door microangiopathie, activatie van het renine-angiotensinesysteem en verdere toename van microvasculaire schade speelt een belangrijke rol in de pathofysiologie van dit ziektebeeld, dat histopathologisch wordt gekenmerkt door fibrinoïde necrose van kleine arteriën en arteriolen.

Dit programma is niet meer geaccrediteerd en kan daarom niet meer worden aangeschaft

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Amraoui F.
Born, B.J.H. van den
Thema Nascholingsartikel
Accreditatie 1 accreditatiepunt
Publicatie 8 juni 2016
Editie FocusVasculair - Jaargang 1 - editie - Editie 2, 2016

Leerdoelen

Na het bestuderen van dit artikel:

  • begrijpt u de pathofysiologie van een hypertensieve crisis;
  • kent u de histopathologische kenmerken;
  • kent u de verschillende klinische uitingsvormen;
  • weet u welke diagnostiek verricht moet worden;
  • hebt u kennisgenomen van verschillende behandelstrategieën.