Epidemiologie, diagnostiek en behandeling van perifeer arterieel vaatlijden

Door op 22-09-2016
  • 00Casus
  • 01Inleiding
  • 02Risicofactoren
  • 03Presentatie
  • 04Diagnose
  • 05Behandeling
  • 06Antitrombotische medicatie na invasieve behandeling
  • 07Reacties (0)

Samenvatting

Perifeer arterieel vaatlijden (PAV) is een veelvoorkomend, maar onderschat ziektebeeld. Onder PAV in engere zin wordt verstaan de atherosclerotische obstructie van de arteriën in of naar de benen. De meest voorkomende klinische presentatie van PAV is claudicatio intermittens, pijn in de benen met lopen die vermindert in rust. Asymptomatisch PAV komt echter nog veel meer voor. De prevalentie van PAV neemt sterk toe op hogere leeftijd, tot > 10% van de personen > 65 jaar. Roken en diabetes zijn de voornaamste risicofactoren. PAV is een belangrijke oorzaak voor functionele achteruitgang met het stijgen van de leeftijd. Naast de beengerelateerde morbiditeit hebben patiënten met PAV een meer dan tweemaal verhoogd risico op coronair en cerebrovasculair lijden en cardiovasculaire mortaliteit. Ondanks de hoge morbiditeit en mortaliteit worden patiënten met PAV echter vaak suboptimaal behandeld, waardoor de kans op verbetering van hun prognose wordt gemist.

Dit programma is niet meer geaccrediteerd en kan daarom niet meer worden aangeschaft

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Rouwet, E.V.
Vahl, A.C.
Thema Nascholingsartikel
Accreditatie 1 accreditatiepunt
Publicatie 22 september 2016
Editie FocusVasculair - Jaargang 1 - editie - Editie 3, 2016

Leerdoelen

  • De prevalentie van perifeer arterieel vaatlijden (PAV) is sterk afhankelijk van de leeftijd en loopt op tot meer dan 20% bij personen ouder dan 80 jaar.
  • Roken en diabetes zijn naast leeftijd de belangrijkste risicofactoren voor PAV.
  • Circa de helft van de PAV-patiënten is asymptomatisch. Van de patiënten met symptomatisch PAV presenteert de meerderheid zich met inspanningsgebonden pijnklachten in de benen en slechts 2% met kritieke ischemie.
  • Bepaling van de enkel-armindex is de eerste stap in de diagnostiek van PAV. Een EAI < 0,9 is bewijzend voor PAV.
  • Patiënten met PAV hebben een drie- tot viermaal verhoogd risico op cardiale en/of cerebrovasculaire events en een twee- tot driemaal zo hoog risico op cardiovasculaire sterfte in vergelijking met personen zonder PAV.
  • De prognose van PAV-patiënten is slecht: vijf jaar na het stellen van de diagnose PAV heeft circa 20% van de patiënten een niet-fataal cardiovasculair event doorgemaakt en is een additionele 20% overleden, waarvan de meerderheid aan een cardiovasculaire oorzaak.
  • Alle patiënten met PAV dienen medicamenteus te worden behandeld volgens de geldende richtlijnen voor cardiovasculair risicomanagement.
  • Gesuperviseerde looptherapie wordt aanbevolen als primaire behandeling van patiënten met claudicatio intermittens, ongeacht het niveau en de uitgebreidheid van de arteriële afwijkingen.
  • Patiënten met kritieke ischemie dienen snel verwezen te worden naar een vaatchirurg voor revascularisatie ter voorkoming van een amputatie.