Diagnostiek en behandeling van uveïtis

  • 00Inleiding
  • 01Het oog en het immuunsysteem
  • 02Differentiaaldiagnose uveïtis
  • 03Oogheelkundige evaluatie
  • 04Internistische evaluatie
  • 05Behandeling van niet-infectieuze uveïtis
  • 06Conclusie
  • 07Reacties (0)

Samenvatting

Uveïtis is inflammatie van (een deel van) de uvea (vaatvlies, straalvormig lichaam en iris) van het oog. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen infectieuze en niet-infectieuze uveïtis. De niet-infectieuze ziekten betreffen vrijwel altijd auto-immuun vasculitis, waarbij onderscheid gemaakt kan worden tussen ziekten die beperkt blijven tot het oog (zoals 'birdshot'-retinitis) of vasculitis in het kader van een systeemaandoening (zoals sarcoïdose). Zelden is sprake van een intraoculair lymfoom. Vaak wordt geen specifiekere diagnose gesteld en spreken we van een idiopathische uveïtis. De behandeling van niet-infectieuze uveïtis vindt in eerste instantie lokaal plaats met corticosteroïden, in de vorm van druppels of parabulbaire of intraoculaire injecties. Bij onvoldoende werkzaamheid of aangetoonde systemische ziekte, wordt systemische behandeling ingezet. In eerste instantie wordt dan gekozen voor prednison en wanneer dit onvoldoende kan worden afgebouwd of onvoldoende werkzaam is, steroïdsparende therapie, zoals methotrexaat, mycofenolaatmofetil of biologicals, waarbij adalimumab de eerste keus is. Bedreiging van het centrale zien leidt tot snellere opschaling van de therapie. Een goede samenwerking tussen oogarts en (vasculair) internist is hierin van essentieel belang.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Valke, L.F.G.
van Huet, R.A.C.
van den Hoogen, L.
Rongen, G.A.
Thema Nascholingsartikel
Accreditatie 1 accreditatiepunt
Publicatie 21 september 2021
Editie FocusVasculair - Jaargang 6 - editie 3 - Editie 3, 2021

Leerdoelen

Na het bestuderen van dit artikel:

  • kent u de bijzondere positie die het oog heeft met betrekking tot het immuunsysteem;
  • kent u de differentiaaldiagnose van (auto-immuun) uveïtis, afhankelijk van de lokalisatie van de uveïtis;
  • weet u welke de belangrijkste aanvullende oogheelkundige onderzoeken zijn voor het aantonen en karakteriseren van uveïtis;
  • kunt u een uveïtis op een systematische manier analyseren;.
  • kent u de lokale en systemische behandeling van uveïtis;
  • kunt u omgaan met bijzondere situaties tijdens de behandeling, zoals afbouwen van immunosuppressiva en zwangerschap.