De ICD-keuzehulp

Wie gebruikt wat

Een implanteerbare cardioverter-defibrillator (ICD) is een relatief duur, hoogtechnologisch apparaat, dat wordt geïmplanteerd bij patiënten met een verhoogde kans op levensbedreigende hartritmestoornissen. Een kwart van de patiënten bij wie een ICD wordt geïmplanteerd heeft de levensbedreigende ritmestoornissen al eens gehad (secundaire preventie). Bij zo’n driekwart is de indicatie primaire preventie: patiënten lopen een verhoogd risico op een levensbedreigende hartritmestoornis, maar hebben deze niet gehad. De aanbevelingen in richtlijnen voor het plaatsen van een ICD komen voort uit studies die dateren van bijna twintig jaar geleden. De huidige populatie is echter gemiddeld ouder, wordt (beter) behandeld voor het onderliggend lijden én heeft te maken met andere comorbiditeit. Daarnaast is de getalsmatige meerwaarde van een ICD moeilijk te definiëren voor de hedendaagse populatie en zeker niet concreet te maken voor de individuele patiënt. Dit plaatst de noodzaak voor een ICD-implantatie bij een grote patiëntengroep in een ander licht. De kans dat patiënten overlijden aan een andere doodsoorzaak is vaak groter, en dan zelfs mogelijk zonder dat de ICD ooit heeft ingegrepen. Terwijl het dragen van een ICD ook het risico meebrengt op complicaties zoals infecties en onterechte shocks. 

Log in om het volledige artikel te lezen of een reactie te plaatsen

Abonneren

Download bij dit artikel

Direct abonneren

Word nu abonnee van FocusVasculair en ontvang:

• 4x per jaar het nascholingstijdschrift;
• toegang tot het online kenniscentrum;
• 4 geaccrediteerde e-learnings per editie.

Direct abonneren