Behandeling van ernstige bloedingen bij gebruik van anticoagulantia

Door op 22-03-2018
  • 00Inleiding
  • 01Incidentie en beloop van een ernstige bloeding
  • 02Prognose van een ernstige bloeding
  • 03Effectiviteit van een antidotum
  • 04Welk antidotum voor welk anticoagulans?
  • 05Bepaling van de DOAC-bloedspiegel bij patiënten met bloedingen
  • 06Antidota en het risico op trombo-embolische complicaties
  • 07Conclusie
  • 08Reacties (0)

Samenvatting

De behandeling van ernstige bloedingen bij gebruik van anticoagulantia is veranderd door de komst van directe orale anticoagulantia (DOAC’s). Bloedingen zijn heterogeen in ernst en prognose en lang niet altijd is een specifiek antidotum nodig. De huidige richtlijnen zijn niet gebaseerd op onderzoeken met klinische eindpunten, maar op data waarbij het antidotum in staat blijkt om stollingstesten te normaliseren. Het is nog de vraag of snel normaliseren van de bloedstolling ook leidt tot een betere klinische uitkomst. Vitamine K-antagonist-gerelateerde bloedingen worden gecoupeerd met vitamine K en protrombinecomplex concentraat (PCC). De rol van PCC bij de DOAC-gerelateerde bloedingen wordt op dit moment onderzocht. Voor dabigatran is idarucizumab als antidotum sinds 2015 beschikbaar. Voor de andere DOAC’s is er op dit moment een specifiek antidotum in ontwikkeling.

Vanwege de verhoogde incidentie van trombotische complicaties na een bloeding mede als gevolg van mogelijk protrombotische effecten van antidota zelf, wordt geadviseerd deze middelen alleen in te zetten bij levensbedreigende bloedingen.

Dit programma is niet meer geaccrediteerd en kan daarom niet meer worden aangeschaft

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Bavalia, R.
Coppens, M.
Thema Nascholingsartikel
Accreditatie 1 accreditatiepunt
Publicatie 22 maart 2018
Editie FocusVasculair - Jaargang 3 - editie 1 - Editie 1, 2018

Leerdoelen

  • De definitie van ernstige bloedingen is ruim en omvat direct levensbedreigende bloedingen, maar ook minder bedreigende bloedingen. In ongeveer 40% is de bloeding dusdanig ernstig dat een interventie zoals een antidotum wenselijk is.
  • Hoewel heel duidelijk is aangetoond dat de bloedstolling snel normaliseert na het geven van een antidotum, is het tot op heden nog steeds onzeker of dit snelle herstel van de bloedstolling de klinische uitkomst van de bloeding positief beïnvloedt.
  • Het risico op een trombo-embolische complicaties binnen 30 dagen na een ernstige bloeding bij anticoagulantia is 5-18%. Dit komt allereerst door het (tijdelijk) staken van de anticoagulantia, maar mogelijk draagt een protrombotisch effect van het gegeven antidotum hier ook aan bij. Dit impliceert dat antidota in principe alleen bij direct levensbedreigende aandoeningen gegeven zouden moeten worden.
  • Idarucizumab is het geregistreerde antidotum voor dabigatran-gerelateerde bloedingen. Voor de andere directe orale anticoagulantia zijn specifieke antidota in ontwikkeling, waarvan andexanet alfa het verst is.
  • In afwachting van een specifiek antidotum voor directe factor Xa-remmers adviseren de richtlijnen om protrombinecomplexconcentraat (Cofact, Beriplex P/N, Octaplex) te geven in een dosis van 25-50 EH/kg bij patiënten met een levensbedreigende bloeding.