Ablatie voor atriumfibrilleren

Door op 16-07-2018
  • 00Inleiding
  • 01Pathofysiologie AF
  • 02Paroxismaal AF
  • 03Ablatietechniek
  • 04Persisterend AF
  • 05Toekomstperspectief en conclusie
  • 06Reacties (0)

Samenvatting

Atriumfibrillatie (AF) is de meest voorkomende ritmestoornis en in de loop van de afgelopen decennia is de prevalentie meer dan verdubbeld. De oorzaak van het ontstaan van AF is niet zeker. Wel lijken factoren als hogere leeftijd, hypertensie, diabetes mellitus en overgewicht bij te dragen aan het ontstaan van AF. De behandeling van deze factoren is dan ook belangrijk om herhaling van AF tegen te gaan. Daarnaast is het mogelijk om een ablatie van de aritmogene myocardvezels rond de ostia van de longvenen te verrichten. Vooral bij paroxismaal AF is dit een veilige en succesvolle behandeling. Voor persisterend AF kunnen, vooral vanwege vaak aanwezige fibrose, additionele ablatielaesies nodig zijn voor een beter effect. Ablatie is vooral gericht op verbetering van kwaliteit van leven. Overlevingswinst en vermindering van trombo-embolieën zijn nog niet onomstotelijk aangetoond.

Dit programma is niet meer geaccrediteerd en kan daarom niet meer worden aangeschaft

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Aanhanen, W.T.J.
Manfai, B.
Thema Nascholingsartikel
Accreditatie 1 accreditatiepunt
Publicatie 16 juli 2018
Editie FocusVasculair - Jaargang 3 - editie 2 - Editie 2, 2018

Leerdoelen

  • AF is meestal geen opzichzelfstaande aandoening, maar gaat vaak gepaard met cardiovasculaire risicofactoren.
  • AF wordt meestal in eerste instantie medicamenteus behandeld met ritme- en/of frequentiecontrole.
  • Isolatie van pulmonale venen is veilig en vooral bij paroxismaal AF succesvol.
  • Bij persisterend AF speelt veelal tevens fibrose van het linkeratrium en zijn mogelijk additionele ablatielaesies nodig voor een beter effect.
  • Ablatie is gericht op verbetering van kwaliteit van leven, de afname van mortaliteit en trombo-embolische complicaties is nog niet onomstotelijk aangetoond.